muzieklessen 0 - 4

De kinderen uitnodigen tot meedoen, uitgaande van hun eigen mogelijkheden. Op die manier verwerven ze muzikale vaardigheden. Van interesse naar participatie naar muzikale ontwikkeling naar plezier. De bedoeling is om de aanwezige muzikaliteit van jonge kinderen uit te breiden door middel van pedagogisch onderbouwd muzikaal spel. In cursussen van 10 lessen vormen speciale liedjes het uitgangspunt voor allerlei muziek-activiteiten die in de belevingswereld van het jonge kind passen.

cursussen

voor meer informatie kijk hier:

dreumes muziek 1 - 2 jaar 

peuter muziek  2 - 4 jaar

Kunstencentrum Het Klooster

informatie

De muziekinstrumentjes die we gebruiken - en dat zijn er aardig wat - zijn afgestemd op de mogelijkheden en het ontwikkelingsniveau van de kinderen. Maar muziekeducatie gaat niet alleen om het spelen op muziekinstrumentjes, het gaat ook om het ontwikkelen van de muzikale mogelijkheden van het lijf. Muziek maken doe je met je lijf. Dus hoe dat lijf in beweging wordt gezet is van belang. Het belangrijkste instrument hebben we altijd bij ons: de stem. Zingen, stemvorming, is de basis.

 

Heel vaak komt de vraag of er hetzelfde wordt aangeboden in een volgende cursus. Het antwoord: voor een gedeelte wel ja en voor een groot gedeelte niet. Er wordt altijd rekening gehouden met kinderen die al eerder een cursus of cursussen gevolgd hebben. Herhaling is altijd prettig. Het zorgt voor herkenning en oefening. Nieuwe activiteiten - nieuwe liedjes en of materiaal - zorgen voor hernieuwde interesse en vooruitgang.

 

Een belangrijk onderdeel van de lessen is het ‘samen doen’. Rekening houden met de ander. Muziek is een kunstvorm waarin er in het samenspel een duidelijke eenheid wordt gevraagd.

Groei van het groepsgevoel is een belangrijk punt op de muzikaal pedagogische agenda. Groepsgevoel houdt niet in dat er een opgelegde uniformiteit is. Wel dat er een stimulans is om mee te doen binnen de eigen mogelijkheden.  Rekening houden met elkaar betekent ook, heel erg praktische gesproken, dat als iemand het nodig heeft om een rondje te rennen de rest er niet vanzelfsprekend achteraan hoeft te gaan “want zij/hij doet het ook”. Accepteren dat er verschillende dingen binnen de groep kunnen gebeuren.