Van alles en nog wat over 

Muziek met Jonge Kinderen 

en wat er zoal nog meer bij zou kunnen komen kijken

Heel vaak komt de vraag of er hetzelfde wordt aangeboden in een volgende cursus. Het antwoord: voor een gedeelte wel ja en voor een groot gedeelte niet. Er wordt altijd rekening gehouden met kinderen die al eerder een cursus of cursussen gevolgd hebben. Herhaling is altijd prettig. Het zorgt voor herkenning en oefening. Nieuwe activiteiten - nieuwe liedjes en of materiaal - zorgen voor hernieuwde interesse en vooruitgang.

De leeftijdsgrens tussen dreumesen en peuters is best lastig. Het is uiteraard niet zo dat er letterlijk een grens wordt overschreden als kinderen twee jaar worden.  En het is ook (gelukkig) niet zo dat alle kinderen zich keurig houden aan de ontwikkelingsstappen en niveaus in de boekjes. En soms kan het ook zijn dat een oudere dreumes al aan een peutergroep toe is en een peuter eigenlijk nog best even in een dreumes groep kan vertoeven.  Muzikale vorming & groei evenwel is ingebed in een omgeving. De mate van kunnen functioneren in een groep kan heel anders zijn dan het muzikale niveau.  Het toezijn aan een peutergroep behelst dan ook wat meer dan de muzikale ervaringen en het muzikale niveau.

De muziekinstrumentjes die we gebruiken - en dat zijn er aardig wat - zijn afgestemd op de mogelijkheden en het niveau van de kinderen. Maar muziekeducatie gaat niet alleen om het spelen op muziekinstrumentjes, het gaat ook om het ontwikkelen van de muzikale mogelijkheden van het lijf. Muziek maken doe je met je lijf. Dus hoe dat lijf in beweging wordt gezet is van belang. In de lessen wordt er altijd rekening gehouden met een afwisseling tussen zitten, staan en lopen. Beweging is muziek of veel beter nog: Muziek is Beweging. Maak maar eens muziek zonder te bewegen. Het hele lijf komt aan bod. Het belangrijkste instrument hebben we altijd bij ons: de stem. Zingen, stemvorming, is de basis.

Een belangrijk onderdeel van de lessen is het ‘samen doen’. Rekening houden met de ander. 

Muziek is een kunstvorm waarin er in het samenspel een duidelijke eenheid wordt gevraagd. Groei van het groepsgevoel is een belangrijk punt op de muzikaal pedagogische agenda. Groepsgevoel houdt niet in dat er een opgelegde uniformiteit is. Wel dat er een stimulans is om mee te doen, maar binnen de eigen mogelijkheden. Rekening houden met elkaar betekent ook, heel erg praktische gesproken, dat als iemand het nodig heeft om een rondje te rennen een ander er dan niet vanzelfsprekend achteraan hoeft te gaan “want zij/hij doet het ook”. Het gaat om accepteren dat er verschillende dingen binnen de groep kunnen gebeuren.

"Il ne faut pas oublier qu'un élève est un sujet, et qu'un sujet n'est pas réductible à son cerveau…”

Philippe Meirieu 12 - 12 - 2017

Heroriëntatie op mens en aarde

'Ons onderwijs is verworden tot een verlengstuk van de economie', stelt hoogleraar Arjen Wals. 'Leerlingen krijgen niet of nauwelijks de noodzakelijke basiskennis en –competenties voorgeschoteld om de wereldwijde duurzaamheidsproblemen het hoofd te bieden. In plaats daarvan bereiden scholen leerlingen hoofdzakelijk voor op een leven lang flexibel werken om inkomen te generen.'  (Bron: NIVOZ)

Een workshop muziek met dreumesen is geweldig, maar kan soms ook wat chaotisch verlopen. Zeker als de dreumesen nog geen ervaring hebben met een muziekles. Weten wat te doen, begrijpen wat kan en wat niet kan. Je lijf kunnen inzetten op een manier die aangeboden wordt. Dat lijf dat nog niet helemaal doet wat je wilt. Omgaan met nieuwe dingen, met spanning, met nieuwe mensen. In korte tijd gebeurd er enorm veel. Vaak is een tweede soms zelfs derde muziekles nodig om te zien dat dreumesen wel degelijk meedoen en in staat zijn om in te stappen in het muzikale aanbod. Het is belangrijk om tijd te geven. Tijd en herhaling.

Philippe Meirieu (2007, p.96) “Un élève-sujet est capable de vivre dans le monde sans occuper le centre du monde.”

Gert Biesta, lid van de Onderwijsraad en voorzitter commissie leerling centraal: 

“Het centraal stellen van de leerling is een goed didactisch idee, maar wordt problematisch als dit het organiserend principe van het onderwijs wordt.”

“Kinderen hebben geen boodschap aan dat je ze vertelt wat ze wel en niet moeten of mogen doen, maar kijken naar hoe hun ouders of leerkrachten de dingen doen en gaan dat nadoen. Dat vraagt van jou als volwassene ongelooflijk veel.” Désanne van Brederode,  Filosofe & schrijfster.

“Maar we moeten fouten mogen maken, vooral ook kinderen. Daar hebben ze recht op, we moeten ze durven te laten blunderen. Want daar waar een kind het idee heeft “hier gaat iets niet goed”, moet hij krachten in zichzelf aanspreken, bijvoorbeeld bij afwijzing of het ondervinden van weerstand.” Joyce van den Bogaard, website Nivoz.

“In [zijn boek] ’De plicht om weerstand te bieden’ schetst Meirieu ons huidige tijdperk als een tijd waarin de hegemonie van de marketing onze jeugd in een wurggreep heeft van directe behoeftebevrediging die gepaard gaat met een versnippering in focus.”  Liesbeth Breek, Docent Frans, coach startende leraren, website Nivoz.